|
André Maginot
(1877 - 1932)
André Maginot wordt geboren in Parijs, maar brengt een deel van zijn jeugd door in
Elzas-Lotharingen, in de streek waar later de fortificatielinie aangelegd zal
worden.
Na een rechtenstudie begint hij een carrière als koloniaal ambtenaar. Tot 1909
is hij werkzaam in Algerije als assistent van de Gouverneur-Generaal. In 1910
neemt Maginot ontslag en begint zijn politieke loopbaan. Hij wordt verkozen tot
volksvertegenwoordiger voor het departement Maas.
In 1914 neemt hij als vrijwilliger dienst in het leger; in november wordt hij
bij Verdun zwaar gewond. Na een operatie blijft hij gedeeltelijk invalide; zijn
krukken zullen hem niet meer verlaten.
In 1917 wordt hij minister van koloniale zaken. In verschillende kabinetten
bekleedt hij diverse ministerposten om in 1930 als minister van oorlog, opvolger
van Paul Painlevé, te eindigen.
In januari 1930 verdedigt Maginot een wet, die voorziet in de aanleg van een
verdedigingslinie langs de Frans-Duitse grens. Zijn rede in het parlement is zo
indrukwekkend, dat deze wet bijna unaniem wordt aangenomen.
Als Maginot in 1932 onverwachts overlijdt, krijgt deze nieuwe verdedigingslinie
zijn naam.
De Maginotlinie gaat de geschiedenis in als één van de meest beschreven, maar
ook onderschatte verdedigingslinies
 |