|
Blok 1 |
|
|
|
Dit blok is bewapend met een
hefkoepel met twee 75 mm kanonnen. De hoofdtaak is flankerend vuur afgeven richting het noorden en het westen. Tijdens de tweede bouwfase die voorzien was na 1940, zou een tweede hefkoepel met 75 mm kanonnen
geïnstalleerd worden. Deze hefkoepel moest het frontale vuur voor zijn rekening nemen. Voor observatie op korte afstand en nabijheidverdediging beschikt het blok over een vaste koepel; twee gepantserde luchtinlaten zorgen voor de luchtverversing. Deze, voor het overgrote deel ondergronds gelegen kazemat, had een bemanning van 61 man.
Om de hefkoepelconstructie te kunnen herbergen, heeft het blok 3 verdiepingen. |
|
Op de onderverdieping
bevindt zich een balansarm met een contragewicht
van 18 ton; een elektromotor zorgt dat het beweegbare gedeelte omhoog of omlaag gaat. Wanneer de stroom uitvalt,
zijn twee soldaten voldoende om de koepel handmatig te bedienen. Op de middenverdieping vindt de eigenlijke bediening van de hefkoepel plaats. Hier wordt de ontsteking van de granaten afgesteld, die vervolgens met een noria (rondgaande ketting) naar de geschutskamer worden gehesen. Ook het richten van de koepel en de kanonnen gebeurt op de middelste etage. Normaal gebeurt alles elektrisch, maar ook hier is handbediening mogelijk. Op de bovenverdieping bevindt zich de schietkamer met de twee kanonnen. Op een platform staan de schutter-lader en de lader. De kanonnen zijn uitgerust met een halfautomatisch kulas en een laadinrichting. Ze worden tegelijk afgevuurd. Door de terugslag van de loop gaat het kulas automatisch open en vallen de rokende hulzen in een trechter. Via een glijbaan komen ze terecht in een opvangbak onderin het blok. Na ontgassing worden ze in caissons afgevoerd en tijdelijk in het M2 opgeslagen. |
|
|
Bewapening:
|
|
|
|
|
|